De Verteller introduceert de hoofdpersonages van het verhaal. Assepoester wenst naar een festival van de koning te gaan, tot grote ontsteltenis van haar stiefmoeder en stiefzussen. Sjaak wenst dat zijn koe, Witje-boe, melk zou geven, en zijn moeder wenst dat Sjaak de koe verkoopt. Een bakker en zijn vrouw wensen een kind, en Roodkapje wenst brood om naar haar zieke grootmoeder te brengen. Roodkapje krijgt brood van de bakker, die vervolgens wordt bezocht door een buurvrouw, een oude heks. Ze onthult dat de bakker en zijn vrouw geen kinderen kunnen krijgen omdat de heks zijn stamboom vervloekte, toen de Bakker’s vader haar magische bonen stal. Ook nam ze hun eerstgeboren kind, Rapunzel, mee. Als de heks binnen drie dagen vier voorwerpen krijgt – “de koe zo wit als melk, het kapje rood als bloed, het haar goudgeel als maïs en het muiltje van zuiver glas” – zal ze de vloek verbreken. Iedereen begint aan zijn reis in het bos. Sjaak om Milky White te verkopen, Assepoester om het graf van haar moeder te bezoeken nadat haar familie zonder haar naar het festival is vertrokken, Roodkapje om haar grootmoeder te bezoeken, en de bakker – die de hulp van zijn vrouw weigert – om de ingrediënten te zoeken (“Opening akte 1”).
Assepoester ontvangt een baljurk en glazen muiltjes van de geest van haar moeder (“Cinderella bij het graf”). Roodkapje ontmoet een hongerige wolf die van plan is haar op te eten (“Bonjour, meisjelief”). De bakker ziet het gebeuren en ziet dan plots haar rode kapje. Voordat hij hem kan grijpen, verschijnt de Bakkersvrouw en overtuigen ze samen Sjaak zijn koe te verkopen voor vijf bonen. Ze liegen dat de bonen magisch zijn. Sjaak gaat akkoord en neemt afscheid van zijn beste vriend (“Dit is dan ons vaarwel”). De bakker heeft spijt van zijn leugen, maar zijn vrouw zegt dat dat onnodig is. Het doel heiligt de middelen. (“Misschien zijn ze echt betoverd”).
De heks heeft Rapunzel grootgebracht in een hoge toren die alleen toegankelijk is door in Rapunzels lange, gouden haar te klimmen (“Zij is voor mij de wereld”). Een prins bespiedt Rapunzel en wordt verliefd. Roodkapje en haar grootmoeder worden opgegeten door de wolf, maar de bakker, op zoek naar het kapje, redt hen en doodt de wolf. Om de bakker te bedanken, geeft Roodkapje hem de cape (“Nu weet ik meer”).
Sjaak keert terug naar zijn moeder met de bonen, die zij boos op de grond gooit.
Nadat ze het festival heeft bezocht, vlucht Assepoester voor een prins die verliefd op haar is geworden. Ze ontmoet de Bakkersvrouw, die haar helpt zich te verstoppen (“Een Prettige Prins”). De vrouw van de bakker probeert één van Assepoesters muiltjes te grijpen, maar grijpt mis. Vervolgens gaat Witje-Boe er vandoor en staat de Bakkersvrouw met lege handen in het bos. Als de klok middernacht slaat, overdenken de personages hun lessen van die dag. (“Één nacht voorbij”).
Sjaak is in de bonenstaak geklommen en vond een koninkrijk in de lucht, waar de reuzen leven (“Reuzen in de lucht”). Nadat hij geld van de reuzen heeft gestolen, probeert hij Witje-Boe terug te kopen, maar de bakker weigert. De mysterieuze man neemt het geld van de bakker af en gaat er vandoor.
De prinsen van Assepoester en Rapunzel proberen te bewijzen dat zij de mooiste vriendin hebben. De vrouw van de bakker hoort over een meisje met goudkleurig haar, gaat naar de toren en trekt een pluk haar uit Rapunzel’s hoofd. De mysterieuze man vindt Witje-Boe en brengt haar terug naar de bakker, terwijl de Bakkersvrouw opnieuw faalt om de muiltjes van Assepoester te bemachtigen. De bakker geeft toe dat ze moeten samenwerken (“Met z’n twee”). Sjaak komt aan met een kip die gouden eieren legt, maar Witje-Boe valt dood neer terwijl de klok twaalf uur slaat (“Twee nachten om”).
De heks ontdekt de bezoeken van de prins aan Rapunzel en eist dat ze afgeschermd blijft van de wereld. Rapunzel weigert, en de heks knipt haar haar af en verbant haar naar een afgelegen woestijn (“Blijf bij mij”). De mysterieuze man geeft de bakker geld om een andere koe te kopen. Sjaak ontmoet Roodkapje en zij hitst hem op om meer te stelen van de reuzen. Verscheurd tussen het blijven bij haar prins of ontsnappen, laat Assepoester een muiltje achter als aanwijzing (“Plakkend aan de paleistrap”) en ruilt ze van schoenen met de vrouw van de bakker. De bakker koopt een nieuwe koe en de twee vinden de heks.
Er klinkt een harde knal. Sjaak’s moeder komt opgerend en vertelt dat er een reus uit de lucht is gevallen en Sjaak nergens te vinden is. De heks ontdekt dat de koe niet Witje-Boe is, maar een gewone koe bedekt met bloem. Ze wekt de dode Witje-Boe weer tot leven. Ze voeden de ingrediënten aan de koe, maar de vloek wordt niet verbroken omdat de Heks het haar van Rapunzel heeft aangeraakt. Als de Mysterieuze Man aanraadt om het haar van de maiskolf te gebruiken, geeft Witje-Boe melk en wordt de bloek verbroken. De Mysterieuze man valt dood neer en de heks krijgt haar jeugd en schoonheid terug.
De prins van Assepoester zoekt de jongedame die het muiltje past. Assepoester’s stiefmoeder dwingt haar dochters om hun voeten te verminken zodat ze in de schoen passen, en brengt Assepoester daarna aarzelend om de schoen aan te trekken. Het past perfect en de twee worden herenigd (“Pas op, mijn teen!”). De Heks vind Rapunzel terug in een woestijn, met haar pasgeboren tweeling en haar prins. Wanneer Rapunzel weigert naar haar terug te keren, ontdekt de heks dat haar krachten verloren waren gegaan toen de vloek werd verbroken. Op de bruiloft van Assepoester en haar prins vieren alle personages dat ze “nog lang en gelukkig” leven. Ondertussen merkt niemand een andere bonenstaak op die de lucht in stijgt. (“En gelukkig!”).
De verteller keert terug en herintroduceert de cast, die nieuwe wensen heeft. De vrouw van de bakker wenst dat hun huis groter was, maar de bakker weigert uit het huis van zijn vader te verhuizen. Sjaak mist het koninkrijk in de lucht en Assepoester verveelt zich in haar nieuwe leven. Met een harde knal worden het huis van de bakker en de tuin van de heks vernietigd (“So Happy”). De bakker gaat naar het kasteel om Assepoester te waarschuwen, maar wordt door de hofmaarschalk naar buiten begeleid. Het huis van Roodkapje wordt ook vernietigd, en de bakker en zijn vrouw bieden aan haar naar het huis van haar grootmoeder te begeleiden. Sjaak, die van de bakker over de vernietiging hoort, gaat naar het bos om de reus te doden, en Assepoester vermomt zich om de vernietiging van het graf van haar moeder te onderzoeken (“Into the Woods (Reprise)”).
Rapunzel, krankzinnig geworden door haar lange opsluiting, vlucht ook naar het bos. Haar prins volgt haar en ontmoet zijn broer; de twee bekennen hun lust voor nieuwe vrouwen, Sneeuwwitje en Doornroosje (“Agony (Reprise)”). De groep ontmoet een boze reuzin die eist te weten waar Sjaak is, zeggende dat hij haar echtgenoot heeft gedood (de reus die in de tuin van Sjaak landde). De Verteller wordt gevonden door de groep en de heks biedt hem aan als offer aan de reuzin, maar zij laat hem vallen en doodt hem. De moeder van Sjaak arriveert en verdedigt haar zoon, maar de hofmaarschalk doodt haar in paniek om de groep te beschermen. Rapunzel vlucht voor de heks, maar wordt vertrapt door de reuzin. De heks treurt om Rapunzel (“Witch’s Lament”).
De koninklijke familie en de hofmaarschalk vluchten. De heks zweert Sjaak te vinden en hem aan de reuzin aan te bieden, dus de bakker en zijn vrouw gaan ieder een kant op om hem als eerste te vinden, waarbij ze Roodkapje achterlaten bij hun zoon. De prins van Assepoester, op zoek naar haar, ontmoet de vrouw van de bakker en verleidt haar (“Any Moment”). Ondertussen vindt de bakker Assepoester en overtuigt haar om zich bij hem aan te sluiten. De vrouw van de bakker worstelt met haar affaire (“Moments In The Woods”), maar voordat ze kan terugkeren naar de bakker, wordt ze vertrapt door de reuzin. De heks vindt Sjaak huilend bij het lijk van de vrouw van de bakker en brengt hem naar Assepoester, Roodkapje en de bakker, en informeert hen over haar dood. De groep beschuldigt elkaar van haar dood, voordat ze zich tegen de heks keren (“Your Fault”). De heks betreurt de naderende ondergang van de groep en bespot hen omdat ze geen verantwoordelijkheid nemen, gooit dan de resterende bonen weg en verdwijnt (“Last Midnight”).
Overmand door verdriet besluit de bakker zijn zoon in de steek te laten en te vertrekken. De mysterieuze man keert terug in geestvorm en smeekt dat de bakker niet dezelfde fouten maakt als hij; de bakker blijft (“No More”). Assepoester ontdekt het overspel van haar prins en vraagt hem haar alleen te laten. Roodkapje treurt om haar grootmoeder nadat ze heeft ontdekt dat ze is gedood door de reuzin, en wordt getroost door Assepoester. Ondertussen informeert de bakker Sjaak over de dood van zijn moeder (“No One Is Alone”).
Na het doden van de reuzin beginnen Sjaak, Roodkapje, Assepoester en de bakker aan hun reis terug naar het dorp. De prinsen keren terug met hun nieuwe prinsessen, evenals de geesten van de koninklijke familie, die van de honger zijn omgekomen. De bakker twijfelt aan zijn vermogen om alleen ouder te zijn, en de geest van zijn vrouw keert terug om hem te troosten. Ze vraagt hem hun verhaal te vertellen, en de bakker doet dat (waarbij hij dezelfde regel citeert die de verteller aan het begin van het eerste bedrijf zegt). De heks keert terug en waarschuwt het publiek om voorzichtig te zijn met hun wensen of verhalen die aan kinderen worden verteld, en de groep verlaat het bos (“Children Will Listen”).





Er was eens een schrijver en een componist: James Lapine en Stephen Sondheim. Samen hadden ze het idee om een musical te maken gebaseerd op sprookjes. Geïnspireerd door psychoanalytische analyses van deze verhalen (erg populair in de jaren ’70 en ’80), kozen ze voor een mash-up van Assepoester, Sjaak en de Bonenstaak, Roodkapje en Rapunzel. Hier voegden ze de nieuwe personages van de kinderloze Bakker en zijn Vrouw aan toe, die de verschillende verhaallijnen samenbrengen.
De eerste helft van de voorstelling bestaat uit een zoektocht waarin de verschillende personages jagen op wat ze willen (of wat ze dénken te willen), wat resulteert in een gelukkig einde voor iedereen. In de tweede akte neemt het verhaal echter een duistere wending; het verandert in een waarschuwend relaas dat thema’s als moraliteit, menselijke hebzucht en falend ouderschap verkent.
De partituur is een wonder, vol overlappende motieven, woordspelingen en zwarte humor. Het is een echt ensemblestuk waarin elke rol briljant is geschreven. Het is dan ook geen verrassing dat dit een van Sondheims meest populaire werken is.
De originele productie ging in 1986 in première in San Diego. Een jaar later opende het op Broadway, waar het zeer enthousiast werd ontvangen. Sindsdien is de musical over de hele wereld te zien geweest, en kwam er in 2014 een verfilming met Meryl Streep.
De Prijs van de Wens
De musical draait in de kern om verlangens en gevolgen. In de eerste akte volgen we de personages die alles over hebben om hun wens in vervulling te laten gaan. In de tweede akte laat zien we dat het vervullen van een wens vaak een prijs heeft. Het thema verantwoordelijkheid staat centraal. We zijn niet alleen verantwoordelijk voor onze eigen daden, maar ook voor de lessen die we doorgeven aan de volgende generatie. Dit komt samen in het iconische nummer “Children Will Listen”.
De muziek als motor
Stephen Sondheim heeft de muziek en liedteksten geschreven. De muziek van Sondheim is niet louter omlijsting; het is de motor van het verhaal. Hij maakt gebruik van leidmotieven, wat korte melodietjes zijn die verbonden zijn aan specifieke objecten of personages, zoals de vijf bonen of de vloek van de heks. Door de hele voorstelling keren deze thema’s terug in de muziek, soms opvallend en soms verstopt.
De Revolutie van Stephen Sondheim
Het is onmogelijk om over Into the Woods te spreken zonder de enorme impact van Stephen Sondheim (1930–2021) te benoemen. Hij wordt wereldwijd gezien als de belangrijkste componist en tekstschrijver van de moderne musical.
Sondheim groeide op in de Golden Age van Broadway, met musicals als ‘The Sound of Music’, ‘My Fair Lady’ en ‘Anything Goes’. Al deze musicals volgden een strikte formule, die altijd eindigde met een happy end. Sondheim brak met die traditie en introduceerde het genre van de conceptmusical. Hij durfde ingewikkelde emoties, intellectuele thema’s en ongemakkelijke waarheden op het podium te brengen. Waar klassieke musicals vaak eindigen met een simpel einde, stelt Sondheim juist vragen. Door zijn werk werd de musical volwassen: een kunstvorm die even psychologisch diepgaand kan zijn als een toneelstuk of opera. Zo groeide hij uit tot één van de meest geliefde musical-componisten.
